Het EU-migratiepact: onze vijf bezwaren
1. Geen eerlijker verdeelsysteem
Om te beginnen blijven de regels uit het Dublin-verdrag overeind, ondanks jarenlange onderhandelingen. Dit verdrag houdt in dat het eerste land waar een vluchteling zijn of haar vingerafdrukken afgeeft, verantwoordelijk is voor de asielprocedure en de opvang. Meestal zijn dat de zuidelijke Europese grenslanden, zoals Griekenland, Italië en Spanje.
‘Het is een gemiste kans dat er geen werk is gemaakt van een eerlijker verdeelsysteem’, benadrukt Frank Candel, bestuursvoorzitter van VluchtelingenWerk Nederland.
2. Onmenselijke grensprocedure
Waar we ons ook zorgen over maken, is de verplichte grensprocedure (niet te verwarren met de ‘gewone’ asielprocedure). Deze maatregel geldt niet alleen voor mensen uit ‘veilige’ landen, maar kan voortaan ook opgelegd worden aan asielzoekers die via een ‘veilig’ derde land op doorreis zijn, bijvoorbeeld via Turkije de EU zijn binnengekomen. En bovendien voor álle vluchtelingen zonder geldige documenten.
‘Veel vluchtelingen beschikken niet over een geldig paspoort’, zegt Frank Candel. ‘In de praktijk zal deze maatregel leiden tot langdurig verblijf in ondermaatse omstandigheden in (deels) gesloten centra langs de Europese buitengrenzen. Ook gezinnen met kinderen lopen het risico op opsluiting. Dat is in strijd met het Kinderrechtenverdrag en bovenal onmenselijk.’
3. Failliet systeem
Het nieuwe pact houdt een failliet systeem in stand. De huidige regels, waaronder de Dublinregels, werken niet – dat is gebleken. Landen langs de buitengrens van Europa kunnen de hoeveelheid mensen niet aan. Het gevolg? Overvolle vluchtelingenkampen, zoals het Griekse kamp Moria, en illegale en gewelddadige push-backs. Er is dringend behoefte aan een structurele oplossing om pushbacks en schendingen van mensenrechten aan de buitengrenzen te voorkomen.
4. Migratiedeals
Verder zijn in het nieuwe pact de regels voor zogeheten 'veilige derde landen' verruimd. Een veilig derde land is een land buiten de EU dat niet het land van herkomst is en dat ‘veilig’ is voor de vluchteling om naartoe te gaan om bescherming te vragen. Als een persoon door dat land heen is gereisd, wordt het asielverzoek afgewezen omdat de persoon in dat derde land bescherming moet vragen.
In de nieuwe regels is het voldoende om een land als veilig derde land te beschouwen als een lidstaat of de EU een overeenkomst heeft gesloten met dat land en dat land belooft dat de bescherming die het biedt in lijn is met het Vluchtelingenverdrag. Het is niet langer nodig dat het land ook daadwerkelijk het Vluchtelingenverdrag heeft ondertekend. Dat baart ons zorgen. Zo'n overeenkomst en zulke beloftes zeggen namelijk niets. De Tunesiëdeal is een schrijnend voorbeeld van hoe afspraken op papier verschillen met de werkelijke praktijk.
5. Houding van Nederland
Ten slotte hebben we kritiek op de Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen over het pact. Nederland verzette zich tegen voorstellen voor een eerlijkere verdeling van verantwoordelijkheden, waaronder het 'sibling-criterium'. Dit criterium houdt in dat als een vluchteling een familielid heeft die (legaal) in een bepaalde lidstaat woont, die lidstaat verantwoordelijk wordt voor het asielverzoek.
‘Dit criterium is nou juist een perfect middel om te zorgen voor een gelijkwaardiger verdeling van asielprocedures en opvang, en tegelijkertijd van cruciaal belang voor de integratie van vluchtelingen in de verschillende lidstaten. Mensen op de vlucht willen immers, zoals ieder mens, bij hun familie zijn.’
Vluchten is geen keuze
Niemand vlucht vrijwillig. Alles achterlaten wat je lief is, dat doe je alleen als je écht niet anders kan. Omdat vluchtelingen geen keuze hebben, laten wij ze nooit in de steek. Wij helpen mensen van aankomst naar toekomst.